You are here

Vriendelijk voor jezelf in tijden van uitputting

Vriendelijk zijn voor jezelf. Het is een opgave. We oordelen, vergelijken, oordelen opnieuw…  We zijn nooit goed genoeg. Wat we doen is nooit goed genoeg. 

Een directeur die 30 jaar lang goed voor anderen gezorgd heeft en mensen bijstond met raad en daad in hun job om het goed te doen, om in balans te blijven, om de werkdruk en de veranderingen vol te houden, slaagt er niet in om zelf zacht en mild voor zichzelf te zijn. Een sterke man met bijzonder veel kwaliteiten. En toch is hij uitgevallen. Het begon met tekenen van onzekerheid, besluiteloosheid, geen mensen meer willen zien, opzien tegen de dag, tegen het werk. Het wiebelend gevoel niet meer mee te kunnen. En toch maar te blijven volhouden. Vervreemdend gevoel. De schijn schoon houden. Tot de veer onverbiddelijk knapt. 

En ondertussen al 4 maanden thuis. Hoe is het ooit zover kunnen komen?  Hij huilt. Is boos. Oordeelt alweer. Iedereen werkt en ik doe niets. Ik laat mijn mensen in de steek. Ik loop maar wat rond buiten, alsof er niets te doen is. Ik zou even goed kunnen gaan werken. Ik mag niet “genieten”. Dan kan ik evengoed ook werken. Niets doen is geen optie. Is een straf. Dit is nog erger dan mezelf naar het werk slepen.  

Vriendelijk zijn voor onszelf. Aanvaarden dat we menselijk zijn. Dat het tempo soms te hoog ligt, de prikkels te veelvuldig en te indringend zijn. Onszelf tijd gunnen. En nog tijd. En ruimte… veel ruimte… Om toe te laten wat er is. Om weer te voelen, te ademen. Om onze kwetsbaarheid te omarmen en te zeggen ‘het is zoals het is’. Om te helen en terug naar onze kern te komen. Met de angst, de boosheid, de uitputting, maar ook de rust, de vrede, het genieten, de connecties en liefde die we ook in die momenten soms nog ervaren. Het is niet het één of het andere. En het mag er allemaal zijn. Want het is er toch al, in ons bewustzijn. Ook de delen die we helemaal niet willen. Alleen als we ze allemaal toelaten in hun veelheid en verscheidenheid, als we ze erkennen en koesteren als volwaardige delen van dit menselijke bestaan, dan kan een heling starten. En dit is vruchtbare bodem voor meer mededogen en vriendelijkheid naar onszelf en anderen. 

Want eigenlijk is er geen onderscheid tussen zelf en anderen. We delen in de rijke veelheid van het mens zijn, op manieren die we nauwelijks kunnen vatten. Ook wie sterk en succesvol lijkt, kent andere kanten. We hebben geen idee van de lasten die anderen stilletjes dragen. Mededogen begint met het erkennen van die polariteiten, van het lijden en de vreugde, van het zoeken, vallen, opstaan en weer verder gaan. 

We kunnen alleen ruimte bieden aan die dynamiek bij anderen, als we ze ook ruimte geven binnen onszelf. Als we al beginnen met het waarnemen van wat naast vreugde en levenskracht ons ook pijn doet, doet terugplooien op onszelf. Als we aandacht hebben en ruimte geven voor de signalen in ons lichaam die ons doen afremmen, vertragen, naar binnen keren en soms doen stoppen. Ja, ook voor langere tijd als het nodig is. Het is geen falen. Het is een diep proces van bewustwording dat alles wat we over onszelf denken, onze gehele geconstrueerde identiteit niet vast maar 'fluïde' is. 

Ja zeggen tegen de golven van het leven, met eb en vloed, met in- en uitademen, met vooruitgang en met vertraging. Naar buiten en naar binnen keren. Het vraagt ongelimiteerde vriendelijkheid en mededogen voor onszelf. Overgave en vertrouwen voor het mysterie van dit leven en de wijsheid van ons lichaam. Het vraagt moed en nederigheid. En het stelt ons in staat om diep mens te worden en nog meer te kunnen betekenen voor anderen.